Commissie Voorjaarsnota, portefeuilles Duurzaamheid en Groen

Commissie Voorjaarsnota, portefeuilles Duurzaamheid en Groen

 

Groen

Ook dit jaar staat de Voorjaarsnota weer in het kader van groei. En om een beetje mee te gaan op deze complete obsessie van groei: wij willen ook groei, maar dan in groen en dieren!

De Partij voor de Dieren hamert altijd op meer groen in de stad. Een groene omgeving heeft veel voordelen. Groen heeft een positief effect op de gezondheid van mensen en draagt bij aan de leefbaarheid van een wijk. Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen blijkt dat Utrecht één van de minst groene steden van Nederland is. Daar maken wij ons zorgen over, en die zorgen hebben we al vaker geuit.

Ons voorstel is dan ook het volgende: Als de stad zo nodig moet groeien dan moet ook het groen meegroeien met de stad. Er zijn nu zo’n 344.000 duizend mensen in Utrecht en dat aantal blijft maar groeien zoals we weten. Om er zeker van te zijn dat groen geen ondergeschoven kindje blijft moet er voor groen ook een doelstelling worden opgesteld. Net zoals we ook klimaatdoelen hebben: wij zeggen: in 2030 moet er in Utrecht aan de VN norm worden voldaan voor m2 openbaar toegankelijk groen per inwoner. Dit hebben we al een keer bepleit, maar toen snapte de wethouder de cijfers niet, dus zal het nu heel voorzichtig doen. Stapje voor stapje: 

De VN norm is 48m2 openbaar toegankelijk groen per inwoner.

Onderzoeksbureau Alterra heeft uitgezocht dat er in Utrecht 53,2m2 openbaar toegankelijk groen is per huishouden. In de Utrecht Monitor staat dat de gemiddelde woningbezetting in Utrecht 2,35 is. Dat houdt in dat er per inwoner 22,6 m2 openbaar toegankelijk groen is. Dat is dus minder dan de helft van de VN norm.  Onze vraag is: wat vindt de wethouder van deze cijfers? En is de wethouder bereid om zijn beleid (financieel) zo te veranderen dat we ook echt gaan voor het doel: groenneutraal 2030

 

Voorzitter, al aangekondigd in de commissie stad&ruimte: wij willen de 50.000 euro uit het groenbudget die we moeten betalen aan het recreatieschap Stichtse Groenlanden, uit een ander potje halen. Welk potje dan? Nou omdat wij vinden dat het groen budget mee moet groeien met de stad, stellen we voor dit te betalen uit de extra inkomsten uit het gemeentefonds. In 2016 was de uitkering uit het gemeentefonds namelijk 17 miljoen euro hoger dan begroot. Niet al dit geld is te relateren aan de groei van de stad, maar inwoneraantal is zeker een criterium.
En daarom een vraag aan de wethouder: is hij bereid om een bedrag van 50.000 euro extra vrij te maken voor de bijdrage aan Stichtse Groenlanden en het budget hiervoor te halen uit een post die te maken heeft met de groei van de stad, zoals bijvoorbeeld extra inkomsten uit Gemeentefonds?

De 50.000 euro die daarmee ‘vrij’ valt binnen het groenbudget besteden wij graag aan faunapassages. Want er mag dan wel geschreeuwd worden dat Utrecht onbereikbaar is voor mensen, voor dieren is onze stad al helemaal onbereikbaar: met dodelijk afloop. Er is nu 50.000 euro nodig om de knelpunten op te lossen. Is de wethouder bereid hier een oplossing voor te vinden?

Maar als het over dieren gaat is de PvdD natuurlijk niet snel tevreden. Want we willen dus groei in groen en daarmee ook groei in dieren.  In Utrecht is hiervoor een potje: de groene webprojecten van waaruit elk jaar een aantal projecten worden gefinancierd. Met de nadruk op een aantal,  want er zit maar 172.000 duizend euro in die pot. Van het totaal budget voor openbare ruimte en groen van 149 miljoen gaat er nu maar 3,3 miljoen naar groen en maar 172.000 naar groene webprojecten.

Zoals op de website wordt aangegeven: ‘Projecten in het Groene Web hebben tot doel bestaande knelpunten voor fauna op te lossen, leefgebieden van planten en dieren te verbeteren en meer ruimte te bieden aan biodiversiteit in de stad.’ Het leefgebied van de mens krijgt in bijvoorbeeld de pot stedelijke ontwikkeling 212 miljoen euro. De dieren in Utrecht moeten het doen met een schamele 172.000 euro. En hoe drukker het wordt in de stad, hoe minder plek er voor dieren overblijft. Wat voor mogelijkheden ziet de wethouder om ook voor dieren de stad een healthy urban living te maken?

Duurzaamheid

Op het partijcongres van de Partij voor de Dieren een kleine maand geleden was er een speech van Mirjam Minnesma van Urgenda. Ondanks dat haar betoog natuurlijk op de landelijke overheid is gericht, is haar boodschap niet anders voor ons hier in Utrecht: Klimaatneutraal in 2030 in Utrecht: ja, het kan! Als je alle mogelijkheden maar meeneemt, want duurzaamheid is niet alleen energie!

Voordat ik jullie meeneem in de mogelijkheden van het verminderen van de vleesconsumptie, want dat ga ik uiteraard doen. Toch nog even twee belangrijke zaken over energie: 1. Meer geld, meer mogelijkheden en 2. Compenseren is ook besparen.

Je doelen willen halen is niet alleen technisch, maar ook economisch. Op het moment dat er binnen de begroting van Utrecht, maar 0.9 procent aan duurzaamheid wordt besteed is het niet gek dat je je doelen niet haalt (van de 1.4 miljard gaat er 12 miljoen naartoe). Er is ook gewoon geen geld voor deze doelen. Wethouder, hoe kan het dat in een college van GroenLinks en D66 zo belabberd weinig geld is voor meer duurzame maatregelen?

Want zoals het rapport van Ecofys uit 2015 ook al aangeeft: dingen kunnen technisch prima (pag.10), maar worden geblokkeerd door het denken in euro’s. We moeten niet denken in Euro’s maar in het leefbaar houden van de aarde. Het doel moet niet zijn dat we ons geld eruit hebben in 10 of 20 jaar, maar dat we een leefbare aarde behouden: en ja dat kost nu geld, maar levert over 100 jaar geld op.  Wat Maarten van Ooijen zo mooi zei afgelopen dinsdag: wat schiet het klimaat op met de mooie praatjes over dat we het zo goed doen in Utrecht, als we onze doelstellingen lange na niet halen. Wat voor mogelijkheden ziet de wethouder om haar collegegenoten ervan te overtuigen dat 12 miljoen gewoonweg niet voldoende is om grote klimaatcatastrofes te voorkomen?

Wat de Partij voor de Dieren nog meer fascinerend vindt is het totale wegvallen van de optie compenseren in het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Het cirkeltje is namelijk pas mooi rond bij compenseren. Neem het gasverbruik van de gemeentelijke organisatie, een behoorlijke gasbel die er elk jaar wordt opgestookt. Om deze te vergroenen, moet je wel compenseren, want er bestaat simpelweg niet voldoende groen gas, goed dan ga je compenseren en die compensatie steek je in besparingsprojecten in je eigen gemeente. En dat is precies wat je wil: besparen: niet alleen bij deze projecten, maar ook binnen de gemeentelijke organisatie ga je nog eens achter je oren krabben hoeveel gas je uitgeeft en of dat niet een beetje minder kan. Mijn vraag is dan ook: Waarom is compensatie zo’n marginaal onderdeel van het halen van de doelstelling Utrecht klimaatneutraal?

Over het stellen van doelen: dit college wil wel doelen stellen aan CO2 en duurzame energie opwekking, maar een doel stelling om aardgasvrij te willen zijn dan weer niet. Waarom niet? Dat blijft voor onze partij toch nog behoorlijk vaag, ook na beantwoording van de schriftelijke vragen van ons hierover. Want als doelen stellen zo stimulerend werkt zoals sommige partijen aangeven, dan gaat een overall doelstelling voor aardgasvrij Utrecht toch ook stimulerend werken? Bij deze nogmaals de oproep om ook voor aardgasvrij een doelstelling op te stellen. Minister Kamp heeft zelfs een aardgasvrij doelstelling opgenomen, dan moet dit college dat toch ook kunnen. Graag een reactie.

 

En dan komen we nu natuurlijk bij het onderdeel vlees eten:

De gemiddelde Nederlander consumeert ongeveer 85 kilo vlees per jaar. Dat zorgt ervoor dat gemiddeld elke Nederlander per jaar 820 kilo CO2 de lucht in pompt, puur en alleen door het eten van vlees. In Utrecht alleen is dit 282.000 ton CO2. Ter vergelijk: in 2016 was de totale uitstoot volgens de Voortgangsrapportage Utrechtse Energie 1,5 miljoen ton! Daarin is echter alleen direct energiegebruik opgenomen, het eigenlijke verbruik is dus zo’n 20% hoger als je vleesconsumptie meerekent. Één vijfde van de CO2-uitstoot komt voor rekening van de consumptie van dierlijke eiwitten. Wij stonden zelf ook weer even te kijken van dit getal, maar u hoort het echt goed. En hier doen we dus niks aan in Utrecht? Daar kunnen wij ons gewoon niet bij neerleggen en dat zouden andere zogezegde duurzame partijen ook niet moeten doen.

Daarom hebben wij 3 voorstellen:

Om een nog betere inschatting van de vleesconsumptie van de Utrechtse inwoner te krijgen moet je eigenlijk een enquête doen onder de inwoners. En laat deze er al bestaan in de vorm van de Utrecht monitor (pag.20 van Ecofys). Daarin worden ook vragen opgenomen over het indraaien van spaarlampen, het afsteken van vuurwerk en de bereidheid om een warme trui aan te trekken in plaats van de verwarming aan te zetten. Daarom lijkt het ons een fluitje van een cent om hier ook een vraag in op te nemen over hoeveel dagen mensen vegetarisch eten en hun bereidheid om meer dagen vegetarisch te eten. Is de wethouder bereid zich hiervoor hard te maken?

Ons andere twee voorstellen gaan in op de gemeentelijke organisatie. Want binnen ons eigen huis kunnen we heel makkelijk aan de knoppen draaien. Het is namelijk prima uit te zoeken hoeveel kilo vlees er per jaar wordt ingekocht voor alle lunch, diner en borrels. Daarbij kan je dan ook de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie uitrekenen als het aankomt op vlees: want 1 kilo vlees is gemiddeld 10 kilo CO2 uitstoot. Is de wethouder bereid om samen met de wethouder inkoop de cijfers over 2017 te achterhalen en deze mee te nemen als nieuwe indicator in de jaarstukken van 2018?

En daarna komt het natuurlijk neer op vermindering van de CO2-uitstoot. Ook daar hebben wij ideeën over. Al jaren is het ons een doorn in het oog dat tijdens en na afloop van vergaderingen, evenementen, stadsgespreken en andere gemeentelijke ontmoetingen die nota bene gaan over duurzaamheid, vlees wordt geserveerd. Staan we met elkaar te praten over duurzame energieopwekking in rijnenburg met een CO2-uitstotende bitterbal in onze mond. Te bizar. Daarom willen wij voorstellen om bij alles wat georganiseerd wordt door of met de gemeente in duurzaam verband geen vlees meer te serveren vanaf 1 januari 2018, of het liefst per direct. Kan de wethouder zich hiervoor inzetten?

Wethouder van Hooijdonk beloofde vorig jaar bij de bespreking van de programmabegroting 2017 dat zij met het MKB in Utrecht in gesprek zou gaan over energiebesparende maatregelen, waaronder het sluiten van open winkeldeuren. Over handhaving van de Wet milieubeheer zei ze dat dit best goed gebeurd in Utrecht, waarbij er ook bij winkels langsgegaan wordt en nu komt het “als dit in de planning past”.

Mijn vraag is nu, we zijn inmiddels een half jaar verder, kan de wethouder een beeld schetsen van de vorderingen op deze twee punten en wat dat heeft opgeleverd. En als dat niet is gebeurd, waaraan het dan heeft ontbroken waardoor het niet in de planning van VTH is terechtgekomen?  (want als het een capaciteitsgebrek is moet daar dus een oplossing voor komen dat VTH meer mankracht kan inkopen).

 Afsluitend, wij hebben bij de APB een motie ingediend om het Klimaatlied te adopteren als het Klimaatlied van onze stad. Al 465 steden in 30 verschillende landen gingen ons voor. De boodschap in het lied: we have to act now, is daarbij uiteraard treffend. Is de wethouder bereid het Klimaatlied te adopteren en mee te nemen als belangrijke extra drive in haar beleid?