Bijdrage Akerboom aan debat over de Mili­euraad van 24 oktober 2022


19 oktober 2022

Voorzitter,

Vandaag hebben we het over twee essentiële internationale conferenties die binnenkort plaatsvinden, de klimaattop en de biodiversiteitstop. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het recente Living Planet Report toont aan dat dierenpopulaties sinds 1970 al met 69% zijn afgenomen, iets waar klimaatverandering een grote impact op heeft. Inmiddels stevenen we af op het uitsterven van 1 miljoen soorten als we niet radicaal de knop omzetten en voor de toekomst van de aarde durven te kiezen.

Omgekeerd is de link ook te leggen.

Bomen, veenweidegebieden en oceanen zijn van levensbelang om CO2 vast te leggen en zuurstof te produceren. En deze staan juist zwaar onder druk.

Voorzitter, we hebben geen tijd te verliezen. Wemoeten deze crises in samenhang aanpakken. Graag een reactie van de ministers hoe we ervoor gaan zorgen dat de acties op verschillende beleidsterreinen elkaar versterken. En kan de minister van Klimaataangeven hoe er uitvoering is gegeven aan onze aangenomen motie over maladaptatie?

Ondanks alle goede intenties voor de biodiversiteitstop maakt mijn fractie zich zorgen over het ambitieniveau. Uit onderzoek blijkt dat we 44% van de aarde moeten beschermen om biodiversiteit te redden terwijl er nu 30% wordt voorgesteld. Is de minister voor Natuur bekend met dit onderzoek en is ze bereid dit in te brengen tijdens de top?

De oorzaken van alle crises hangt samen, de oplossing deels ook. “De toekomst van de aarde ligt op je bord”, aldus één van de mede-opstellers van het Living Planet Report. Een kwart van de mondiale uitstoot wordt veroorzaakt door landbouw en landgebruik. En intensieve landbouw is óók de grootste veroorzaker van biodiversiteitsverlieswereldwijd.

Volgens wetenschappers kunnen we van elke hectare waar we geen voedsel voor koeien of varkens verbouwen, maar liefst vier keer zoveel mensen voeden. Als er íets is waarmee we beide crises kunnen aanpakken, dan is dat de afname in de productie en overconsumptie van dierlijke producten.

Het gebrek aan aandacht voor de eiwittransitie blijftde Partij voor de Dieren dan ook verbazen. Zelfs nu voedsel dit jaar op de klimaattop centraler staat dan ooit, komt Nederland niet verder dan een ‘voedselpaviljoen’.. En in de ontbossingspledge van Glasgow komt het woord veehouderij niet voor.Vindt de minister van Klimaat dit ook een gemiste kans?

En waar blijven de internationale afspraken over een grote transitie naar een plantaardig voedselsysteem? Zijn beide ministers bereid om hiervoor te pleiten op respectievelijk de klimaat en debiodiversiteitstoppen?

Gelukkig hoeft het kabinet het wiel niet opnieuw uit te vinden. In de ‘Plant Based Treaty’ staan tientallen concrete maatregelen uitgewerkt om de eiwittransitie in gang te zetten. Mijn fractie heeft hier nog een aangehouden motie op. Heeft de minister van Klimaat hier al naar gekeken en is hij bereid de treatynamens Nederland te ondertekenen?

Voorzitter, Nederland heeft een historisch hoge bijdrage aan de opwarming van de aarde en dat brengt me bij het volgende punt.

De financieringsdiscussie, en dan met name schade en verlies (loss & damage) wordt dit jaar het grote heikele punt op de klimaattop en indirect op de biodiversiteitstop. En terecht. Landen die bijna niets hebben bijgedragen aan deze crises worden het hardst geraakt door de desastreuze gevolgen ervan.

Indirect zal het sentiment over deze discussie meespelen op de biodiversiteitstop. Immers gebrek of weigering aan klimaatfinanciering zet de toon voor ondersteuning op gebied van biodiversiteit. En hoe moeten landen zonder de financiële middelen hun natuur beschermen en versterken wanneer ze niet kunnen vertrouwen op de inzet van de rijke, veroorzakende landen? Hoe ziet de minister van Natuur dit, en gaat zij zich inzetten voor stevige financieringsbijdragen van veroorzakende landen op de biodiversiteitstop?

Tot slot, voorzitter, heb ik nog 1 vraag over de uitvoering van onze motie voor opheffing van de uitzonderingsmogelijkheid op de strengste Europese normen voor de uitstoot van schadelijke stoffen.

In de motie staat een ópheffing van de uitzonderingsmogelijkheid. De Partij voor de Dieren gaat ervan uit dat het dictum van de aangenomen motie tot uitvoering wordt gebracht en niet iets anders. Kan de staatssecretaris dit bevestigen?